Herstructurering bedrijventerrein Havengebied

Martijn Wiefferink: ‘Zo grootschalig als nu is er nog nooit gebaggerd’

Het Noord-Hollandse baggerbedrijf Schilder uit Ursem kwam bij de aanbesteding in juni 2011 als beste uit de bus. Waterbouwkundig ingenieur Martijn Wiefferink begeleidt namens de gemeente al het werk.

Martijn-WiefferinkDe oorspronkelijke bodem van de Enschedese haven ligt op 21 meter en 40 cm boven NAP. De diepte is gemiddeld 3,5 meter. Na 73 jaren (het Twentekanaal was klaar in 1938) waarin slechts incidenteel gebaggerd werd,  zijn de diepteverschillen groot geworden. Op sommige plekken moet wel 1.5 meter uitgebaggerd worden, op andere plekken maar 30 centimeter.  De gemeente heeft alles gedetecteerd op explosieven en precies gepeild waar het meeste werk zit en welke kwaliteit het slib heeft.

Start bij Vredestein
In de eerste twee weken van augustus start de firma Schilder met het werk. Men begint bij Vredestein. Martijn Wiefferink: ‘In week 31 en 32 ligt bij het bandenbedrijf de productie stil. Daardoor kan het baggerbedrijf rondom de inlaten voor het proceswater aan het werk. Juist aan de kanten van bebouwing en langs de oevers verzamelt zich het slib. De geulen waar de schepen doorvaren, blijven meestal wel goed op diepte door de turbulentie van de schroeven. Alleen al bij Vredestein gaat er 4000 kuub slib uit. Dat gebeurt met een zogenaamde ‘knijpbak’, een schip met een kraan erop. Het slib wordt tijdelijk verplaatst en aan het eind van het jaar definitief verwerkt.

Vanaf eind 2011 zet de firma Schilder een ‘cutterzuiger’ in. Dat is een schip met een snijkop eronder. Het schip wordt vastgezet met palen en draad. De snijkop woelt het slib vervolgens los. Via een pijpleiding wordt het slib daarna verplaatst over een afstand van circa twee kilometer. Als het nodig is, kan er nog een ‘booster’ tussen gezet worden waarmee het materiaal nog drie kilometer verder weg gespoten kan worden. Aan het eind van het jaar wordt het afgevoerd per buisleiding naar een tijdelijk depot, bijvoorbeeld akkerland of grasland. Het wordt dan ontwaterd en via een zandscheidingsinstallatie filtert men daar het zand eruit. Het slib blijft achter. In ingedroogde vorm is het een heel goede kunstmest maar het wordt ook gebruikt voor ophoging.’

Tijdens de baggerwerkzaamheden blijft scheepvaartverkeer overigens gewoon mogelijk.

Slibverwerker
‘Men onderscheidt ‘toepasbaar en niet toepasbaar slib,’ vertelt Martijn Wiefferink. ‘Dat laatste, hooguit tien procent, gaat voor verwerking naar een slibbank in Nijmegen of bij het Veluwemeer. Daarover is nog geen beslissing genomen. ‘Niet toepasbaar’ betekent niet meer of minder dan dat er een te hoge concentratie olie of metalen in het slib aanwezig is om als kunstmest of ophogingsmateriaal dienst te doen.

 Baggeren